Door een paracetamolvergiftiging liet de lever van Elien het afweten 


Elien (26): “In 2010 onderging ik een routineoperatie aan mijn voet. Ik ben ziek en misselijk naar huis gegaan, ik kon niet stoppen met braken. De arts wist niet goed wat er aan de hand was. Was het buikgriep, had ik last van de narcose? Het ging van kwaad naar erger en op kerstavond zijn we naar de spoedgevallendienst gereden. Uit bloedtesten bleek dat mijn lever aan het afbreken was. Toen hebben ze me dadelijk met de ambulance naar UZ Leuven gevoerd.”

“Het hele ziekenhuis heb ik gezien, zo veel onderzoeken moest ik ondergaan. Ik moest zelfs nierdialyse krijgen en ook één keer een mars-leverdialyse. De artsen spraken meteen over een transplantatie. Omdat mijn lever zichzelf mogelijk kon herstellen, hebben ze nog even gewacht met opereren. Maar op een bepaald moment was ik zo ziek dat een transplantatie de enige oplossing was. Ik werd op de hoge urgentiewachtlijst gezet en kreeg te horen dat ik drie tot vijf dagen moest wachten. Omdat ze niet meteen een geschikte lever vonden, heb ik tien dagen op die wachtlijst gestaan. Tijdens het wachten is er ook een donor afgewezen. Toen gaf ik de moed op. Mijn vader en tweelingbroer hadden zich al kandidaat gesteld voor levende donor en toen was er plots toch een lever beschikbaar. Ik ben in coma gegaan en toen ik wakker werd, vertelden ze me dat ik een nieuwe lever en nieuwe nier had gekregen. Dan pas heb ik geweend, vooral ook omdat ik niet besefte wat er allemaal aan het gebeuren was.

Mijn leven heeft aan een zijden draadje gehangen, mijn ouders, familie en vrienden dachten dat ze me gingen verliezen. Ik was eerlijk gezegd te ziek om te beseffen wat er allemaal aan de hand was.”

“Na de operatie verliep niet alles even vlekkeloos. In totaal heb ik drie maanden in het ziekenhuis gelegen. Mijn spieren waren heel verzwakt, dus ik moest eerst de trap op kunnen. Op 17 maart mocht ik naar huis. Drie maanden nadat ik uit het ziekenhuis ontslagen was, ben ik al gaan werken. Dat was veel te snel. Maar ik zat echt niet graag thuis, ik wou vooruit. In het begin was het moeilijk want ik kon niets onthouden.” 

“Ik heb een lever en een nier van dezelfde donor, dat is geluk hebben, mijn lever beschermt dus mijn nier en omgekeerd. Op dit moment neem ik enkel nog medicatie tegen de afstoting. Ondertussen neem ik een lage dosis en heb ik geen enkele bijwerking. Dat is zeker niet bij elke getransplanteerde het geval. Ik kan alles verdragen, ik moet alleen opletten dat ik niet te zout eet en geen alcohol drink. Mijn eigen nier werkt nog maar voor 50 procent, de getransplanteerde werkt goed. Die mag ik vooral niet belasten.”

“Verder ben ik voorzichtig met andere medicatie. Mijn lever liet het afweten omdat ik een paracetemolvergiftiging kreeg, dat zit onder andere in Dafalgan. Soms is het wel frustrerend als je   op Pukkelpop bijvoorbeeld mensen drugs ziet nemen.  Ik kreeg door een ‘stomme Dafalgan’ leverfalen. “Zie je hier nu staan”, denk ik dan. Dat had zo iemand moeten overkomen en mij niet.”

"Anderhalf jaar na de transplantatie, in 2012, heb ik deelgenomen aan de loopwedstrijd ‘Dwars door Hasselt’. Je hebt een orgaan van iemand anders gekregen en daar moet je goed zorg voor dragen. Dat is voor mij geen opgave. Ik heb altijd gesport en gezond gegeten. Ik heb nooit gerookt of veel gedronken, dus ik moet nu niet anders leven. Soms heb ik wel zin in een glas wijn, maar zelfs de plaatselijke cafébaas is op de hoogte en hij serveert me geen alcohol. Ik ben wel sneller vermoeid en dat is niet zo fijn, want ik doe graag heel veel en ik ga graag op stap."

“Ik heb twee organen van iemand anders, maar goed dat je dat niet voelt. Soms vind ik dat wel een rare gedachte, dan vraag ik me af hoe die persoon gestorven is en dan voel ik me schuldig. Maar als ik zijn organen niet had gekregen, was die persoon ook gestorven. Ik heb een brief geschreven voor de familie. Om te laten weten dat het goed met me ging en om hen te bedanken.” 

“Het is gebeurd, maar het heeft geen zin om er over te piekeren. Mijn ouders proberen ook meer relaxed en bewuster te leven, al blijven ze ongerust.

Maar mijn leven is niet veranderd en ik wil ook niet dat het verandert.

Ik heb pas alleen een huis gekocht. Als ik ergens zin in heb, doe ik het gewoon. Ik profiteer, al ken ik natuurlijk mijn grenzen.”