Greet kreeg zeventien jaar geleden een nieuwe lever

“Ik ben zeventien jaar geleden getransplanteerd op 4 juli 1996. Ik had polycystose, cystes op de lever en de nieren. Het is erfelijk. Mijn vader had er af en toe last van. De aandoening manifesteert zich bij mannen op de nieren en bij vrouwen op de lever. Ook mijn twee zussen bleken kleine cystes te hebben op lever en nieren. Het werd vastgesteld toen we achttien waren, maar ziek waren we niet. We moesten gewoon jaarlijks op controle.”

“Nadat ik twee kinderen gekregen had, ging het mis. De cystes begonnen te groeien en drukten op allerlei organen. Ik kreeg maag- en blaasontstekingen, inwendige bloedingen … Mijn levenskwaliteit was laag, ik was moe en ik had veel pijn. Mijn buik was helemaal opgezwollen en ik leek hoogzwanger. Zo kon het niet verder.”

“De toestand van mijn vader was ook verslechterd. In 1995 onderging hij een succesvolle niertransplantatie. Ik was ervan overtuigd dat een transplantatie mijn enige uitweg was, dus ik ben zelf naar de arts gestapt. In die tijd deed men nog geen levertransplantaties voor polycystose. Uiteindelijk heb ik maar drie maanden op de wachtlijst gestaan omdat mijn toestand ondertussen zeer slecht was geworden.” 

De revalidatie na de transplantatie heeft wel wat geduurd. Na een half jaar ben ik weer gaan werken, al was ik snel moe. Het ziekenhuis heeft me toen aangemoedigd om meer te sporten. Dat was een opgave in het begin. Ik had geen tijd, ik had twee kleine kinderen en dan moest ik ook nog eens gaan sporten, stel je voor. Maar na een paar maanden al merkte ik dat ik me beter voelde.”

 

 

“In 2003 kreeg ik samen met andere levertransplanten de vraag om deel te nemen aan een begeleide beklimming van de Kilimanjaro. De bedoeling van die tocht was om te laten zien dat je na een transplantatie een normaal leven kunt leiden en om aan te tonen hoe belangrijk orgaandonatie is. Ik heb die unieke kans met beide handen gegrepen.”

“Die beklimming was het spectaculairste dat ik ooit gedaan heb. Sommige dagen waren verschrikkelijk, maar het was zo mooi. De euforie was groot toen ik de top haalde. Vandaag hoef ik niets meer te bewijzen. Ik sport om gezond te blijven en zo heb ik meer energie.

Ik vind dat ik zorg moet dragen voor het nieuwe orgaan dat ik heb gekregen. Ik heb een zekere verantwoordelijkheid. Daarom probeer ik gezond te leven en op mijn gewicht te letten.”

“Ondertussen zijn mijn twee zussen ook getransplanteerd. Zij stellen het goed, net zoals mijn vader. We zeggen wel eens dat ons ma het meest geluk heeft gehad. Zonder orgaandonatie was ze nu helemaal alleen, zonder echtgenoot en zonder kinderen. We hebben allemaal twee verjaardagen, want na onze transplantatie is ons leven opnieuw begonnen. Mijn zus is daar geweldig in, zij trakteerde met kinderchampagne toen ze vijf werd.”

“Ik ga ervan uit dat ik niet heel oud word, ik heb al te veel geluk gehad. Toen ik getransplanteerd werd, heb ik aan de arts gevraagd of hij me tien jaar kon geven. Ik ben nu zestien jaar verder.

Dit is mijn leven in toegevoegde tijd, dit heb ik allemaal extra gekregen. Daarom stuur ik ook elke vierde juli en met nieuwjaar een mail naar de artsen. Ik ben hen en mijn donor zo ontzettend dankbaar.”