Seksualiteit

Niet alle patiënten ondervinden seksuele moeilijkheden in de periode vóór de transplantatie. Toch heeft 6 op de 10 wel problemen. Mogelijke problemen kunnen te maken hebben met fysische aspecten, met het libido en verlangen, met de opwinding, of met de genotsbeleving. 

Lichamelijke oorzaken hebben te maken met arteriële stoornissen vooral in geval van hartinsufficiëntie, metabole en hormonale stoornissen bij nierinsufficiëntie of leverinsufficiëntie. Ook sommige geneesmiddelen kunnen verantwoordelijk zijn voor seksuele stoornissen (bètablokkers, diuretica enzovoort).

Bij chronische patiënten zijn angst en depressieve stemmingen frequenter omdat de patiënt het gewicht van de ziekte met haar beperkingen moet dragen. Een depressieve stemming kan ook bijdragen tot geïrriteerdheid, impulsiviteit en zich in zichzelf terugtrekken.

De seksualiteit na de ingreep wordt bepaald door wat de transplantatie heeft kunnen herstellen. Aangezien er opnieuw een biologisch evenwicht en een fysieke normale conditie is, kunnen de  lichamelijke oorzaken van seksuele problemen vóór de transplantatie, verbeterd zijn. En toch verloopt de terugkeer naar een bevredigend seksueel leven niet gemakkelijk.