Vaccinaties na transplantatie

Het is belangrijk dat je je na de transplantatie zo veel mogelijk beschermt tegen allerhande infecties. Vaccinaties zijn hiervan een belangrijk onderdeel. 

Maar niet alle vaccinaties zijn toegestaan. Bij gebruik van immuunsuppressieve medicatie veroorzaken levende vaccins (zoals vaccins tegen waterpokken, mazelen, rodehond, bof en gele koorts) geen adequate immuunrespons, maar kunnen ze net de ziekte veroorzaken die ze zouden moeten voorkomen. Vandaar dat levende vaccins verboden zijn bij patiënten die immuunsuppressieve medicatie krijgen. 

Niet-levende (geïnactiveerde) vaccins kunnen daarentegen zonder enig risico gebruikt worden.

Laat je ieder jaar vaccineren tegen de griep. Daarnaast heb je iedere vijf jaar een vaccinatie tegen pneumokokken nodig. Pneumokokken zijn verantwoordelijk voor een bepaald type (bacteriële) longontsteking dat ernstige gevolgen kan hebben.