Overleden donoren

Bij een donatie na de dood zijn er twee mogelijkheden. Ofwel heeft de donor een harstilstand (hartdode donoren of donatie na circulatoire dood) ofwel is hij hersendood (hersendode donoren). Het feit dat men de dood kan vaststellen op basis van twee verschillende criteria kan tot enige verwarring leiden.

Hartdode donoren

Orgaandonatie na circulatoire dood of ‘donation after circulatory death’ (DCD) verschilt van de zogenaamde donation after brain death (DBD) of hersendood. Uiteraard is er maar één vorm van dood die het gevolg is van een stervensproces. In geval van hersendood wordt het overlijden vastgesteld op basis van neurologische criteria. In geval van DCD wordt het overlijden vastgesteld op het onomkeerbaar uitvallen van de circulatie. 

In België werd DCD-orgaandonatie geïntroduceerd in 2000. 

Concreet worden er vier categorieën van DCD-donoren onderscheiden, afhankelijk of de hartstilstand plots/onverwacht opgetreden is of te verwachten is. Deze indeling wordt ook de vier Maastricht-categorieën genoemd. 

Deze indeling is vooral belangrijk omdat de gevolgen inzake de omstandigheden en de plaats van het overlijden, de zorg voor de donor, de preservatie van de organen, de voorbereiding, de chirurgische benadering van de orgaanuitname, de resultaten van de transplantatie en de logistieke organisatie van de procedure sterk verschillen naargelang de categorie.

Volgens de Maastricht-classificatie worden hartdode donoren onderverdeeld in vier categorieën. Wanneer de hartstilstand plots of onverwacht is opgetreden, gaat het om een categorie I of II. Als de hartstilstand te verwachten is, gaat het om een categorie III of IV. In de Angelsaksische literatuur wordt dit aangeduid door respectievelijk uncontrolled of controlled DCD. 

  1. Categorie I: dood bij aankomst
    Het gaat hier over personen die overleden zijn buiten het ziekenhuis en waarbij geen reanimatiepogingen ondernomen werden en er geen tijdstip van overlijden gekend is bij aankomst van een medisch team. Deze donoren zijn voorlopig ongeschikt voor orgaandonatie omdat de organen lange tijd zonder bloedtoevoer en zuurstof zitten.  
  2. Categorie II: niet-succesvolle reanimatie
    Dit zijn patiënten waarbij na hartstilstand wel cardiopulmonaire resuscitatie (CPR) werd gestart, maar waarbij CPR niet succesvol is. De beslissing om de CPR te stoppen, wordt onafhankelijk genomen en is niet beïnvloed door de mogelijkheid tot orgaandonatie. Dit kunnen patiënten zijn met hartlijden, CVA …
  3. Categorie III: stop ondersteunende therapie of geplande DCD
    Elke potentiële gecontroleerde DCD-donor is een patiënt met een fatale, onomkeerbare aandoening, die afhankelijk is van ondersteunde therapie van de vitale organen. Hieronder verstaan we fataal hersenletsel van diverse oorsprong en terminaal neuromusculaire degeneratieve aandoeningen. Deze patiënten zijn niet hersendood en een evolutie naar hersendood wordt niet verwacht. 
    Bij deze patiënten bestaat de intentie om de vitale supportieve therapie te stoppen omwille van de medische uitzichtloosheid en de futiliteit van elke verdergezette behandeling. Na het stopzetten van de vitale supportieve therapie verwacht men een spoedig overlijden. Essentieel is dat de beslissing genomen wordt voor en onafhankelijk van de optie tot orgaandonatie. 
  4. Categorie IV: hartstilstand bij hersendode donor
    Het betreft hier hersendode donoren waarbij zich een hartstilstand voordoet vóór een orgaanuitname kan worden gestart of gepland.

Hersendode donoren

Hersendood kan optreden na bijvoorbeeld een ongeval of een hersenbloeding. De hersenen zijn afgestorven, een toestand die onomkeerbaar is en binnen een paar uur of dagen tot een hartstilstand leidt. Bij hersendood kunnen de andere organen tijdelijk nog werken. Om orgaandonatie mogelijk te maken, wordt de ademhaling kunstmatig ondersteund. 

Hersendood is dus eigenlijk de totale en onomkeerbare stopzetting van de hersenfuncties, gekoppeld aan de vernietiging van de volledige hersenen.

Wanneer de patiënt in het ziekenhuis kunstmatig in leven wordt gehouden, is ‘hersendood’ voor de familie een moeilijk begrip. Dankzij het beademingstoestel lijkt het alsof de overledene vredig slaapt en ademt. Zijn huid voelt warm aan omdat het hart nog klopt en het bloed nog in het lichaam circuleert. Hij is omgeven door machines, perfusielijnen van aders en slagaders. De lichaamstemperatuur wordt vaak in stand gehouden door verwarmde dekens. Omdat bepaalde parameters elke uur moeten worden opgevolgd, is een verpleegkundige druk in de weer.

Donor na euthanasie

België is een van de weinige landen waar euthanasie wettelijk is toegestaan. 

De vraag naar euthanasie is altijd een vraag die van de patiënt zelf komt. Deze vraag moet voldoen aan alle wettelijke criteria en moet ook nog goedgekeurd worden. Na goedkeuring van de aanvraag voor euthanasie, kan de patiënt zelf ook de vraag stellen naar de mogelijkheid van orgaandonatie. 

Vaak is het voor hem zijn laatste wens en geeft dit voor de patiënt een positieve wending aan de euthanasie zelf. De patiënt denkt zo misschien iets te kunnen doen voor een medemens die op de wachtlijst staat voor transplantatie. Op die manier wil hij toch nog zin geven aan zijn leven.

Slechts tien procent van de euthanasiepatiënten komt in aanmerking voor orgaandonatie. Vaak zijn het mensen met een spierziekte of met een neurologische aandoening.